Democratische vernieuwing

Waarom werken de meeste politieke maatregelen weinig of überhaupt niet?

Vaak wordt van “democratische vernieuwing” gesproken terwijl eigenlijk “vernieuwing van het (democratisch) staatsbestel” bedoeld wordt.
Democratie kan men niet vernieuwen daar dit een vast begrip is over een besluitvormingsproces. Het tweede, de vernieuwing van ons staatsbestel, is zeer wenselijk en ook hoog nodig.

Maar ook bij de vernieuwing van ons “democratisch staatsbestel” moet men eerst de kwaliteit van de democratie begrijpen. In de notendop is dit dat besluiten met meerderheid van stemmen genomen worden.

Waarom stelt niemand eerst de volgende vragen:
  1. Zijn er gebieden aan te wijzen waar dit meerderheidsprincipe geen gelding kan hebben?Hoe is het wanneer de meerderheid zou besluiten dat 2+3 = 6 is?
    Hier zou kennis van zaken het leidende principe moeten zijn en niet het meerderheidsprincipe. Hier is democratische besluitvorming ongepast.
    Waarom bepaalt in toenemende mate de overheid een groot deel van de onderwijsinhoud en beslist zij welk onderwijs goed is voor mijn kind?
    Hier zou toch de individuele keuzevrijheid van ouders en de vaardigheden van de leerkrachten het leidend principe moeten zijn? Binnen het onderwijs, leiden democratische beslissingen tot een misplaatste meerderheidsdictatuur.
  2. Wat is de opgave van de staat eigenlijk en in welk gebied van onze samenleving heeft zij haar bestaansrecht?
    En omdat we hier over een democratische staat spreken is deze vraag inherent aan de vraag: in welk gebied binnen de samenleving kunnen we volgens het meerderheidsprincipe beslissingen nemen?
  3. Kunnen we binnen de samenleving ook duidelijk aangeven waar de staat niets te zoeken heeft en waar besluitvorming volgens andere dan het meerderheidsprincipe genomen moet worden?
Decimering van het staatsmoloch

Wanneer we het rechtmatige werkingsgebied van de staat helder kunnen aangeven en deze haar plaats kunnen toewijzen, zal blijken dat een overgroot deel van de huidige staatsbemoeienis onrechtmatig is.
Zonder duidelijke afspraken zal de staat zich verder ontwikkelen als een woekering, een kankergezwel dat onbegrensd groeit met de drang naar steeds meer.

Ruimte in onze voorstellingszeepbel scheppen

Om een bevredigend antwoord te vinden op boven geformuleerde vragen, zullen we de grootste weerstand tegen werkelijke vernieuwing in ons eigen denken moeten overwinnen.
De meeste “vernieuwing” komt dan ook vaak niet verder dan nieuwe, soms creatieve, wellicht hoog intelligente antwoorden op vraagstukken die de staat zich – meestal onterecht – als haar verantwoordingsgebied heeft toe geëigend.
(Bijvoorbeeld binnen het onderwijs, gezondheidszorg, en ook binnen het bedrijfsleven)

Fundamentele menselijke behoeften

We zullen geen langdurige en bevredigende antwoorden vinden zolang we binnen onze samenleving alle maatschappelijke vraagstukken over één kam scheren. We zullen geen tevredenstellende staatsorganisatie kunnen formuleren wanneer we niet eerst naar de meest basale behoeften van de mens binnen deze samenleving kijken, de mensen die deze samenleving vormen.

Drie fundamentele behoeften die we niet zomaar kunnen negeren:

  1. De behoefte om sociale verhoudingen mede vorm te geven.
    Hier is elk mens een burger.
  2. De behoefte aan een materiële bestaansbasis.
    Hier is elk mens een deel van de mensheid.
  3. De behoefte aan zelfverwerkelijking.
    Hier is elk mens een minderheid.
1 – Elk mens is een burger: De behoefte naar Gelijkheid

De meest moderne behoefte, hangt samen met de mondigheid van de mens. Het gaat hier om onze verhouding tot andere mensen. Waar het gaat om het menselijk samenleven, om het deel-uit-maken van een verband van mensen, dan wil je als mens van deze tijd mee praten. Je wilt mee besluiten, wilt afspraken, regels en wetten die tot stand gebracht worden mee vormgeven.

Gelijkheid zou het heersende principe in het rechtsleven moeten zijn. Dit is het eigenlijke werkingsgebied van de staat, van de democratische besluitvorming.
Dit is het gebied waar elk mondig mens een stem heeft en alle stemmen even zwaar wegen. Daar praten en besluiten we over de dingen die ons allemaal in gelijke mate aangaan. Voor de wet zijn we allen gelijk. De besluiten die hier tot stand komen, zijn ook altijd tijd- en cultuur afhankelijk.

Binnen het rechtsleven moet besluitvorming met meerderheid van stemmen plaats vinden.
In dit gebied, het rechtsleven, heeft de democratie, en daarmee de staat, haar bestaansrecht.

2 – Elk mens is een deel van de mensheid en bewoner van dezelfde aarde: De materiële behoeften

De oudste behoefte die in ieder mens leeft, komt door het feit dat we in een fysiek lichaam rondlopen. Ons lichaam moet gekleed en gevoed worden. Anders gezegd: we hebben behoefte aan datgene wat de aarde, in samenwerking met de mens, kan voortbrengen en waarmee we ons lichamelijke bestaan kunnen onderhouden.
Dit is het gebied van de economie. Hierin zorgen mensen voor elkaars behoeften; dit is het gebied waar samenwerking en onderling overleg (in associatief verband) het heersende principe zou moeten zijn.

Het economisch leven bestaat uit warenproductie, warencirculatie en warenconsumptie. Het is de opgave van het economische leven om dat te produceren waarnaar behoefte is. Deze warenproductie moet op een zo vakkundig en economisch mogelijke manier plaatsvinden. Dat betekent ook met verantwoording t.o.v. alle mogelijke ecologische aspecten. Immers, de gehele mensheid heeft recht op een schoon milieu, heeft recht op de grondstoffen en algemeen gesproken: op alles wat de aarde voortbrengt.

Er ontbreekt echter bij de meeste mensen een begrip van de economische basis principes. Zo is bijvoorbeeld concurrentie geen economisch principe. Integendeel, zij is zeer oneconomisch en leidt in de regel tot verspilling van kapitaal, grondstoffen en capaciteiten. Concurrentie is een principe dat in het culturele leven thuis hoort. (zie verder beneden)
Alleen door bundeling van alle beschikbare kennis en vakkundigheid kunnen producten tot stand komen die onder alle relevante aspecten de mensheid het meest ten goede komen. Hier is samenwerking gevraagd, voortkomende uit het inzicht dat de een aangewezen is op de inbreng van de ander, het broederschapsprincipe.

In het economische leven moeten, binnen de door het rechtsleven gestelde voorwaarden, besluiten worden genomen op basis van kennis en vakbekwaamheid en niet op basis van een meerderheid.
Op langere termijn heeft de staat, en daarmee de democratische besluitvorming, hier niets te zoeken.

3 – Elk mens is een minderheid: De behoefte naar Vrijheid

Ik stel hier ook dat elk mens de diepmenselijke behoefte in zich draagt om datgene wat als potentie, als vaardigheid in hem leeft, te kunnen opwekken en te kunnen ontwikkelen.
Anders gezegd: als mens hebben we de behoefte om ons te ontwikkelen, om innerlijk in beweging te blijven en ons steeds beter te kwalificeren: om morgen iets te doen wat vandaag nog niet lukte. Het is een behoefte die in ieder mens leeft. En als we dit proeven, kunnen we ook direct vaststellen dat deze ontwikkelingsbehoefte voor ieder mens verschillend is.

Onderwijs, opvoeding, wetenschap, religie, kortweg het geestesleven genoemd – de cultuur – leeft van de individuele creativiteit en daarmee op de individuele vrijheid.
Hier is iedereen vrij om zich los van iedere groepsbinding op te stellen, om een culturele grensoverschrijder te zijn. Hier is elk mens een minderheid.

Binnen dit geestesleven kunnen alleen besluiten in individuele vrijheid genomen worden. In dit gebied is elk mens een minderheid en voert besluitvorming vanuit het meerderheidsprincipe tot dictatuur (bv. bij onderwijs, gezondheidszorg, wetenschap).
In dit gebied heeft de staat niets te zoeken!

Samengevat

De wakkere lezer zal bemerkt hebben dat in het voorafgaande de idealen die ten tijde van de Franse Revolutie voor het eerst verwoord werden, een plaats krijgen: vrijheid, gelijkheid en broederschap, in 1789 niet begrepen en vandaag grotendeels vergeten. Vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven en de broederlijkheid (samenwerking) in het economisch leven. Wanneer we echter deze idealen zó begrijpen, als diep menselijke behoeften die in de huidige moderne mens leven, kunnen we deze niet meer negeren.
Deze diepmenselijke behoeften zijn verbonden met deze drie gebieden binnen de samenleving die hierdoor een feit zijn, elk met zijn eigen kwaliteit en logica.
Hier vindt u op onze webpagina meer over deze drieledigheid binnen de samenleving.

Geen Utopie

Een streven om vanuit deze drie idealen te werken is geen utopie. We spreken hier over wetmatigheden die binnen de samenleving herkenbaar zijn en vanuit dit inzicht vruchtbaar georganiseerd kunnen worden. Men kan dus per direct zijn handelen, of politieke beslissingen door dit inzicht laten bevruchten.

De bevrijding van staatsbemoeienis binnen het culturele leven, het geestesleven, waar de individuele vrijheid heersend zou moeten zijn, is relatief overzichtelijk.

Lastiger en ingewikkelder wordt het om de staatsbemoeienis, en de daarmee samenhangende democratische besluitvorming, uit het economische leven te bannen. Hier is kennis en vakkundigheid gevraagd om beslissingen te kunnen nemen.
Duidelijke en strakke randvoorwaarden die vanuit het rechtsleven (democratisch) geformuleerd moeten worden, zullen als eerste vastgelegd moeten worden. Te denken is hierbij aan het arbeids- en eigendomsrecht.

De storm van voren!

Vooral bij dit laatste, de economie, waar beslissingen niet door een meerderheidsbesluit gelegitimeerd kunnen worden maar vanuit kennis van zaken en deskundigheid, zal een massieve weerstand ontstaan. Hier spelen de grote machtsinteresse een doorslaggevende rol. Het collectief is manipuleerbaar en over het algemeen niet georganiseerd. Kennis en vakbekwaamheid bieden hiervoor een gezond tegenwicht.

Een uitdaging

De boven beschreven diep verankerde, menselijke behoeften kan men niet zomaar negeren. Hierdoor ontstaat de noodzakelijkheid om ook binnen onze samenleving een drieledigheid te herkennen en te onderscheiden. Binnen de samenleving volgt elk der drie levensgebieden, met al haar ogenschijnlijke tegenstellingen, zijn eigen logica. Het is de opgave van de mens om, in eerste instantie via democratische besloten regelgeving, deze gebieden te organiseren, af te zonderen, een eigen plek toe te wijzen en de daarvoor wenselijke wet- en regelgeving aan te passen.

Boven beschreven gebieden kunnen een leidraad vormen voor duidelijke definities omtrent het werkingsgebied van de staat en ja, dat vergt moed – veel moed zelfs.

Het voorafgaande is geen recept maar biedt een mogelijkheid om tot meer inzicht te komen. Grootste struikelblok zal het zijn om onze huidige, vast geroeste en “vanzelfsprekende” voorstellingen en verwachtingen m.b.t. de overheid (en samenleving) nieuw vorm te willen geven. Dit betreft iedereen en ons allen.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.