Waarom leerplicht bestaat

De meesten van ons kennen het niet anders dan dat de leerplicht is ingevoerd om kinderarbeid tegen te gaan. Dit is echter niet het geval maar klinkt wel heel sympathiek en zorgzaam. Dit soort sociaal humanitaire argumenten, werken tot op de dag van vandaag verbluffend goed.
Want wie kan er nu niet tegen kinderarbeid zijn?

Dat het door de eeuwen heen een belangrijke opgave voor de heersende elite is geweest om de massa te sturen, maar ook te beheersen, is voor de meesten wel begrijpelijk. Lastiger wordt het om in te zien dat aan dit existentiële belang van machthebbers zich tot op de dag van vandaag niets veranderd heeft. In een ver verleden waren het de koningen, keizers of kerkelijke leiders, vandaag noemen we dat de overheid, vertegenwoordigt door politici. (zie ons democratisch front)
Het woord overheid impliceert overigens ook altijd een onder(danig)heid.

De middelen waarvan men zich bedient zijn voor een groot deel constant gebleven: het massaal verspreiden van “verhalen”; via nieuws, nepnieuws en het altijd succesvolle vijandbeeld wordt de noodzakelijke en beschermende macht van de overheid als redding ingeprent.

Een groeiend bewustzijn en individualisatie onder het volk, en de daarmee gepaard gaande groeiende kritische houding, leidde in de tweede helft van de 19e eeuw bij de machthebbers tot de noodzaak, om zich in een vroeg stadium een deel van de opvoeding van kinderen toe te eigenen.
Overigens ontstond dit plan in dezelfde tijd waar ook het darwinisme en het marxisme het denken onder de intellectuelen beïnvloedde.
Rond 1900 ± 20 jaar werd in elk Europees land de leerplicht ingevoerd.

Dit is niet niks: Want onder dreiging van boetes en gevangenisstraf moeten ouders hun kinderen dagelijks naar een door de staat erkende school sturen. Wanneer deze dreiging geen werking heeft, heeft de staat uiteindelijk het recht de ouders de ouderlijke macht te onttrekken.

Naast de mooie verhalen die over de invoering van de leerplicht onder het volk verbreid werden, moeten we niet vergeten dat het geweldmonopolie bij de staat ligt en dat werkt zeer overtuigend. Dat laatste vonden we met elkaar een goed idee en daar is, binnen een functionerende democratie, waarschijnlijk niet veel tegenin te brengen; tenminste, zolang deze geweldmonopolist (de staat) dit monopolie niet gebruikt op terreinen waar zij niets te zoeken heeft, ons denken bijvoorbeeld. (zie ook hier)

Nadat de leerplicht geïnstalleerd was, kon de staat beginnen met de invulling van het onderwijs. Nu, 100 jaar verder, bepaalt de staat op basisscholen het leeuwendeel van de lesstof. Het leidende principe voor de lesstof is de volgende Cito-toets, niet de kinderen.

Gepast zou geweest zijn om een leerrecht in te voeren, onvoorwaardelijk gefinancierd door de staat. Dan was het de overheid om de kinderen gegaan en niet om het eigenbelang om invloed op de opvoeding mogelijk te maken.
Omdat elke ouder “het beste” voor zijn kind wenst, zou toenemend tot bijna alle ouders, vrijwillig van dit recht gebruik hebben gemaakt.

Zie ook:
Vrijheid van onderwijs
De roep naar staatsdoctrine op scholen.

One Comment

  1. Over leerplicht en de overheid. In beginsel – en in theorie – zijn wij samen de overheid. De praktijk is een andere. Elk ding gaat doorgaans een eigen leven leiden, zo ook de overheid. Veilig werken de ambtenaren aan allerlei goede zaken voor het volk. Maar waar ligt de grens tussen goed bedoeld en goed nodig. Over die grens is soms behoorlijk gedoe. Voorbeelden vind je bij wel en geen handhaving van wetten en regels. Het beschermen van de burger moet volgens mij steeds voorop staan, maar dat wordt weleens vergeten.
    Maar hoe krijg je dit alles weer normaal? Door ‘beter weten’ wellicht, maar hoe krijg je ‘beter weten’ bijvoorbeeld op de scholen.

    Pieter Prior

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.