Onze samenleving

Een grote wirwar

Wij zullen geen bevredigende antwoorden vinden zolang wij binnen onze samenleving alle maatschappelijke vraagstukken  over één kam scheren.

De één zal in egoïsme verzinken, de ander in angst en onzekerheid. Grote ontevredenheid zal heersend zijn en we zullen ons van crisis naar crisis bewegen.

De mens van deze tijd is mondig, wil zijn leven zelf vorm geven, zijn eigen keuzes maken en duld het niet meer dat anderen over zijn hoofd heen besluiten.
Elk individu streeft naar de grootst mogelijke vrijheid zichzelf naar eigen inzicht te kunnen ontwikkelen.

Hoe kunnen we tegelijk vrij en gelijk zijn?
Hoe krijgen we dit alles onder 1 hoed?

Ook streven we naar gelijkheid. Gelijke kansen, gelijke rechten, gelijke levensvoorwaarden voor iedereen. Ongelijkheid ervaren we als onrechtvaardig. We streven naar gelijkwaardigheid binnen de samenleving.

Hoe kunnen we tegelijk vrij en gelijk zijn?
Hoe krijgen we dit alles onder 1 hoed?

En als dat dan allemaal nog niet moeilijk genoeg is willen we bovendien ook nog deel van een gemeenschap zijn. Met en voor elkaar, zorg dragen in de behoeften van onze medemens. Alles eerlijk delen en zo.

Hoe kunnen we tegelijk vrij en gelijk zijn?
Hoe krijgen we dit alles onder 1 hoed?

Fundamentele, menselijke behoeften

Leven er in elk mens misschien hele basale,
fundamentele behoeften die verbonden zijn met het feit dat wij mens zijn?

Elk mens is een minderheid

Wij stellen hier dat elk mens de diepmenselijke behoefte heeft om datgene wat als potentie, als vaardigheid in hem leeft, te kunnen wekken en te kunnen ontwikkelen.
Anders gezegd: als mens hebben we de behoefte om ons te ontwikkelen, om innerlijk in beweging te blijven en ons steeds beter te kwalificeren: om morgen iets te doen wat vandaag nog niet lukte. Het is een ontwikkelingsbehoefte die in ieder mens leeft. En als we dit proeven, kunnen we direct ook bedenken dat deze ontwikkelingsbehoefte voor ieder mens verschillend is.

Elk mens is een burger

De meest moderne behoefte, hangt samen met de mondigheid van de mens. Het gaat hier om onze verhouding tot andere mensen. Waar het gaat om het menselijke samenleven, om het deel-uit-maken van een verband van mensen, dan wil je als mens van deze tijd mee praten. Je wilt mee besluiten, wilt afspraken, regels en wetten die tot stand gebracht worden mee vormgeven.

Elk mens is de mensheid

De oudste behoefte die waarschijnlijk ook iedereen heeft, is de behoefte die te maken heeft met het feit dat we in een fysiek lichaam rondlopen. Ons lichaam moet gekleed en gevoed worden; in de winter moeten we ons een plekje bezorgen waar het warm is en waar we een dak boven ons hoofd hebben etc. Anders gezegd: wij hebben behoefte aan datgene wat de aarde in samenwerking met de mens kan voortbrengen en waarmee wij ons fysieke, lichamelijke bestaan kunnen onderhouden.

Een drieledigheid

Met deze drie fundamentele behoeften die in ieder mens leven, maar ook in het pubervoorbeeld, beschrijven we kwaliteiten die elkaar onderling vreemd zijn. De gebieden hebben hun eigen logica. Het zuivere voelen kan niets met het denken beginnen en andersom. Willen is doen, het willen is (helaas:-)) vaak het denken al vooruit. Het denken is koud en bewegingloos. Het willen is onstuimig en van zichzelf uit, altijd in beweging. Het willen kan niets met het denken. Het is de mens die deze tegenstrijdige kwaliteiten organiseert. Een gezonde volwassene geeft de afzonderlijke kwaliteiten een plek en brengt deze in balans.

Zo is het ook binnen onze maatschappij. De vrijheid kan niets met de gelijkheid beginnen, net zomin met de broederlijkheid. De kwaliteit van de gelijkheid is dodelijk voor het naar vrijheid strevende individu.

Aan dit schema wordt nog gewerkt. Opmerkingen , aanvullingen zijn welkom
De impuls van de Franse revolutie

Vrijheid, Gelijkheid & Broederschap

In 1789 niet begrepen, inmiddels grotendeels vergeten

De Franse Revolutie kwam in een tijd toen de mensen nog niet in staat waren de eigenlijke impuls die hiervan uitging, überhaupt te begrijpen. De individualisatie was nog niet ver genoeg ontwikkeld en van mondigheid was nog weinig sprake. Vrijheid en gelijkheid was een ondenkbaar streven in een wereld waar het Franse koningshuis op exorbitante wijze in luxe en welvaart leefde. Pracht en praal staken schrijnend af tegen het leven van de bevolking welk onder grote armoede leefde. Het sociale ongenoegen broeide.

Het chaos wat tijdens de Franse Revolutie uitbrak (en sindsdien nog steeds bestaat) kunnen we het beste vergelijken met de wereld waarin de puber leeft.

Chaos

Laten we aannemen dat in het innerlijk van de puber het denken, voelen en willen chaotisch en bliksemsnel door elkaar heen wervelen. Als opvoeder denk je het ene moment nog een zinnig gesprek met hem te kunnen voeren. Dan een halve minuut later komt vanuit het voelen van deze puber iets heel anders naar boven. Hierdoor wordt het gesprek – althans het gesprek zoals je dat als ouder voorstelt – onmogelijk. Als opvoeder met een beetje levenservaring kun je dan vermoeden dat in de binnenwereld van de puber van alles door elkaar wervelt. In het vervolg van zijn ontwikkeling, zo weet je gelukkig ook als opvoeder, zal boven het denken, boven het voelen en boven het willen het Ik van dat kind oprijzen.

Als gezonde volwassenen zal dit Ik het denken, voelen en willen gaan organiseren, elk afzonderlijk een eigen plek wijzen en in hun eigen kwaliteit laten opbloeien.

Uit dit voorbeeld kunnen we vasthouden dat deze drie kwaliteiten – het denken, voelen en willen – in een latere fase een eigen plek krijgen en elke kwaliteit op zijn eigen plek kan bloeien.

De driegeleding in de maatschappij

Rudolf Steiner, grondlegger van de Antroposofie en vooral een uiterst scherpzinnig denker, wijst erop dat de idealen van de Franse revolutie op gebieden binnen de samenleving wijzen die een feit zijn. Binnen de samenleving bestaan de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, elk met een specifieke kwaliteit.

Wat doet Rudolf Steiner nu met deze idealen? Hij geeft ze alle drie een afzonderlijke eigen plek in het grote geheel van de samenleving. Het feit dat dit in onze tijd door ieder van ons eenvoudig te begrijpen is, toont aan dat de idealen die twee eeuwen geleden geïntroduceerd werden werkelijk te vroeg zijn gekomen. Nu, in onze tijd, kunnen we betrekkelijk eenvoudig begrijpen hoe ze elk in hun eigen gebied, afzonderlijk en toch gezamenlijk, werkelijkheid kunnen worden.

De heer Steiner lanceert deze ideeën 1917. Het was de tijd van het grote chaos en Europa dreigde volledig onder de voet te worden gelopen.
Europa raakte in een culturele tang tussen enerzijds de uit het westen komende meedogenloze, economische belangen en vanuit het oosten komend geestdodend communisme.

Wie zich serieus met de ideeën van de driegeleding uiteen zet, zal bemerken dat deze idee een passend Europees antwoord was op de geopolitieke ontwikkelingen en machtsstreven van oost en west.
Steiner noemde het “De driegeleding van het sociale organisme”.

Mens en samenleving worden steeds complexer. Dat we ons van crisis naar crisis bewegen laat zien dat we deze realiteit niet altijd kunnen meesteren. Werken voor een sociale driegeleding betekent het streven naar een samenleving die de mensen volwaardig neemt, met al zijn schijnbare tegenstrijdigheden. Daarbij horen de idealen Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, elk een eigen logica. Ze laten zich veel te eenvoudig tegen elkaar uitspelen. Krijgt elk ideaal echter zijn eigen plek in de samenleving waar het zich volledig kan uitleven, zal men zich verbazen hoe een wederzijdse bevruchting tussen deze schijnbare tegenstrijdigheden kan plaatsvinden.

We zullen geen bevredigende antwoorden vinden op maatschappelijke vraagstukken zolang we binnen onze maatschappij alles over één kam scheren.

We zijn opgeroepen de hier genoemde kwaliteiten die in maatschappij een feit zijn en bovendien in ieder mens als behoefte diep verankert zijn, te onderkennen en een plek te geven.

Vrijheid in het geestesleven

Het gebied waarin de individuele mens zich ontwikkelt en vaardigheden oefent of uitoefent; dit is het geestesleven, het culturele leven waar vrijheid noodzakelijk is om ontwikkeling mogelijk te maken. Onderwijs, opvoeding, wetenschap, religie, kortweg het geestesleven – de cultuur – leeft van de creativiteit en daarmee op de individuele vrijheid. Wie hier de groep boven het individu plaatst, maakt beiden tot de schaduw van zichzelf.
Hier is iedereen vrij om zich los van iedere groepsbinding op te stellen, om een culturele grensoverschrijder te zijn.

Door de staatsbemoeienis neigen onze scholen ernaar de meerheidscultuur om te vormen in een monocultuur. Van diversiteit naar uniformiteit.
Niet voor niets kan men denkend vanuit deze driegeleding het onderwijs alleen vrij van enige staatsbemoeienis inrichten en als vrij burgerinitiatief organiseren.

Elk mens is een minderheid

Gelijkheid in het rechtsleven

Het gebied waarin mensen samenleven, wetten en regels vormen; dit is het gebied van het rechtsleven waar het gelijkheidsprincipe moet gelden.

Dit is het gebied van de staat, van de democratie, van het rechtsleven. Dit is het gebied waar elk mondig mens een stem heeft en alle stemmen even zwaar wegen. Daar praten en besluiten we over de dingen die ons allemaal in gelijke mate aangaan. Daar zijn we gelijk. We praten in gelijke mate mee en we gaan zaken regelen en afspreken die in gelijke gevallen in gelijke mate gelden.

Democratie heeft de slavernij niet voor niets afgeschaft. Wie echter zijn bedrijf of aandelen verkoopt, verkoopt mensen. Hoe laten we het kapitaal zo stromen opdat meer werk, maar geen mensen worden weg gerationaliseerd?

Elk mens is een burger

Broederlijkheid in het economische leven

Het gebied waarin mensen zorgen voor elkaars behoeften; dit is het gebied van de economie waar broederschap het heersende principe zou moeten zijn.

Het economisch leven bestaat uit warenproductie, warencirculatie en warenconsumptie. Het is de opgave van het economische leven om dat te produceren waarnaar behoefte is. Deze warenproductie moet op een zo vakkundig en economisch mogelijke manier plaatsvinden. Dat betekent ook met verantwoording t.o.v. alle mogelijke ecologische aspecten. Immers de gehele mensheid heeft recht op een schoon milieu, grondstoffen, ressource, enz.

Nu menen we in de huidige tijd erg economisch te kunnen denken, het tegendeel is meestal het geval. Er ontbreekt bij de meeste mensen een begrip van de oer-economische basis principes. Dit geldt ook voor veel zogenaamde experts. Zo is bijvoorbeeld de concurrentie geen economisch principe. Integendeel, zij is zeer oneconomisch en resulteert meestal in verspilling van grondstoffen en capaciteiten. Concurrentie is een principe die in het geestesleven thuis hoort.
Alleen de samenwerking van bedrijven binnen een bedrijfstak kan leiden tot de meest economische productie. Door bundeling van alle beschikbare vakkennis kan een product tot stand komen dat onder alle relevante aspecten de consument het meest gunstige en hoogst mogelijke kwalitatieve product beschikbaar stelt.

Tot de economie behoort ook de valuta. Zonder productiemiddelen valt er niets te ruilen. Het geld moet daarom daar ontstaan, waar productiemiddelen ingezet worden, d.w.z. decentraal, in elk afzonderlijk bedrijf, en ook weer verdwijnen, wanneer deze niet meer produceren. Geld wat op deze wijze “verjaard”, kan iedere vorm van inflatie doen verdwijnen.

Elk mens is de mensheid

Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op zijn eigen prestaties.

(Rudolf Steiner)

Is de globalisering tot nu toe geen gemiste kans? Wie zich op het toeval van de markt baseert, snijdt zichzelf of zijn medemens in de vingers. Hoe zouden we prijzen krijgen waar iedereen van kan leven?

De mens bouwt de brug

Zoals hierboven het Ik van de puber de organisatie van het denken, voelen en willen op zich neemt, zo moet de mens de drie in de samenleving heersende kwaliteiten vorm geven en in balans houden.
Elk mens is dus tegelijkertijd een minderheid, een burger en staat bovendien voor de gehele mensheid.

Waar de mens deze drie gebieden in zichzelf, alleen maar zelf kan organiseren, zo zijn de sociale inrichtingen eenvoudiger: zij kunnen slechts een van de drie kwaliteiten vertegenwoordigen. Menselijk wordt de samenleving pas wanneer door de samenwerking, deze drie gebieden zich zullen aanvullen zonder elkaar te willen bezitten.

Samenwerking van extremen

Wie is er nu verantwoordelijk dat de verschillende gebieden – het geestesleven, het economische leven en het rechtsleven – met ieder zijn eigen eenzijdigheid, niet gaan woekeren of uiteen driften?

Niemand anders dan de mens zelf. Hij is diegene die de bruggen slaat. Hij is niet alleen een burger in de staat, maar ook actief in het culturele en economische. De mens is de eenheid van de samenleving. Hoe meer hij zich met dit gegeven uiteen moet zetten des te beter.

Op deze webpagina hebben we teksten gebruikt die we vonden op: Driegonaal.nl  en Dreigliederung.de