Onze samenleving

zit aardig in de knoop en is één grote wirwar

De mensheid is gevraagd oplossingen te vinden voor zeer complexe vraagstukken. We zullen echter geen bevredigende antwoorden vinden zolang we binnen onze samenleving alle maatschappelijke vraagstukken over één kam scheren.

Ontevredenheid zal heersend zijn en we zullen ons van crisis naar crisis bewegen.

Vrijheid, Gelijkheid & Broederschap

De vergeten impuls van de Franse revolutie.

De Franse Revolutie kwam in een tijd toen de mensen nog niet in staat waren de eigenlijke impuls die hiervan uitging, überhaupt te begrijpen. De individualisatie was nog niet ver genoeg ontwikkeld en van mondigheid was nog weinig sprake. Vrijheid en gelijkheid waren een ondenkbaar streven in een wereld waar het Franse koningshuis op exorbitante wijze in luxe en welvaart leefde. Pracht en praal staken schrijnend af tegen het leven van de bevolking welk in grote armoede leefde. Het sociale ongenoegen broeide.

Het chaos, dat tijdens de Franse Revolutie uitbrak (en sindsdien nog steeds bestaat) kunnen we het beste vergelijken met de wereld waarin de puber leeft.

Puberaal chaos

Laten we aannemen dat in het innerlijk van de puber denken, voelen en willen chaotisch en bliksemsnel door elkaar heen wervelen. Als opvoeder denk je het ene moment nog een zinnig gesprek met hem te kunnen voeren. Een halve minuut later komt vanuit het voelen van deze puber iets heel anders naar boven. Hierdoor wordt het gesprek – althans het gesprek zoals je je dat als ouder/volwassene voorstelt – onmogelijk. Als opvoeder met een beetje levenservaring kun je dan vermoeden dat in de binnenwereld van de puber nogal chaotische toestanden heersen. In het vervolg van zijn ontwikkeling, zo weet je gelukkig ook, zal zich boven het denken, boven het voelen en boven het willen het Ik van dat kind ontwikkelen.

Bij een gezonde volwassenen zal dit Ik het denken, voelen en willen gaan organiseren, elk afzonderlijk een eigen plek wijzen zodat ze in hun eigen kwaliteit kunnen bloeien.

Diepgaande, menselijke behoeften

Leven er in elk mens misschien hele basale, fundamentele behoeften die verbonden zijn met het feit dat wij mens zijn?
Elk mens is een minderheid

Wij stellen hier dat elk mens de diepmenselijke behoefte heeft om datgene wat als potentie, als vaardigheid in hem leeft, te kunnen wekken en te kunnen ontwikkelen.

Anders gezegd: als mens hebben we de behoefte om ons te ontwikkelen, om innerlijk in beweging te blijven en ons steeds beter te kwalificeren: om morgen iets te doen wat vandaag nog niet lukte. Het is een ontwikkelingsbehoefte die in ieder mens leeft. En als we dit proeven, kunnen we direct ook bedenken dat deze behoefte voor ieder mens verschillend is.

Elk mens is een burger

De meest moderne behoefte, hangt samen met de mondigheid van de mens. Het gaat hier om onze verhouding tot andere mensen. Waar het gaat om het menselijke samenleven, om het deel-uit-maken van een verbond van mensen, dan wil je als mens van deze tijd mee praten. Je wilt mee besluiten, wilt afspraken, regels en wetten die tot stand gebracht worden, mee vormgeven.

Elk mens is de mensheid

De oudste behoefte die ook iedereen heeft, is de behoefte die te maken heeft met het feit dat we in een fysiek lichaam rondlopen. Ons lichaam moet gekleed en gevoed worden; in de winter moeten we ons een plekje bezorgen waar het warm is en waar we een dak boven ons hoofd hebben etc. Anders gezegd: we hebben behoefte aan datgene wat de aarde in samenwerking met de mens kan voortbrengen en waarmee wij ons fysiek bestaan kunnen onderhouden.

Een drieledigheid

Met deze drie fundamentele behoeften die in ieder mens leven, maar ook in het pubervoorbeeld, beschrijven we kwaliteiten die elkaar onderling vreemd zijn. De gebieden hebben hun eigen logica. Het zuivere voelen kan niets met het denken beginnen en andersom. Willen is doen, het willen is (helaas:-)) vaak het denken al vooruit. Het denken is koud en bewegingloos. Het willen is onstuimig en van zichzelf uit, altijd in beweging. Het willen kan niets met het denken. Het is de mens die deze tegenstrijdige kwaliteiten organiseert. Een gezonde volwassene geeft de afzonderlijke kwaliteiten een plek en brengt deze met elkaar in balans.

Zo is het ook binnen onze maatschappij. De vrijheid kan niets met de gelijkheid beginnen, net zomin met de broederlijkheid. De kwaliteit van de gelijkheid is dodelijk voor het naar vrijheid strevende individu.

Aan dit schema wordt nog gewerkt. Opmerkingen, aanvullingen zijn welkom

De driegeleding in de maatschappij

Rudolf Steiner, grondlegger van de Antroposofie en vooral een uiterst scherpzinnig denker, wijst erop dat de idealen van de Franse revolutie op gebieden binnen de samenleving wijzen met elk een specifieke plek. Vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven en de broederlijkheid in het economische leven. Daar komen we straks op terug.

Dit zicht op de samenleving lanceerde Rudolf Steiner in 1917. Het was een tijd van groot chaos en Europa dreigde volledig onder de voet te worden gelopen. Ze raakte in een culturele tang tussen de meedogenloze, economische belangen vanuit het Westen en het geestdodende communisme vanuit het Oosten.

Wie zich serieus met de ideeën van de driegeleding uiteen zet, zal bemerken dat deze een passend Europees antwoord waren op de geopolitieke ontwikkelingen en het machtsstreven van oost en west.

Steiner noemde het “De driegeleding van het sociale organisme”.

Mens en samenleving worden steeds complexer. Dat we ons van crisis naar crisis bewegen laat zien dat we deze realiteit niet altijd kunnen meesteren. De sociale driegeleding streeft naar een samenleving die de mensen volwaardig neemt, met al zijn schijnbare tegenstrijdigheden. Daarbij horen de idealen Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap met elk een eigen logica. Veel maatschappelijke problemen ontstaan doordat deze idealen door elkaar gehaald, op verkeerde gebieden toegepast en daardoor tegen elkaar uitgespeeld worden. Krijgt elk ideaal echter zijn eigen en juiste plek in de samenleving en kan het zich daar volledig ontplooien, zal men zich verbazen hoe een wederzijdse bevruchting tussen deze schijnbare tegenstrijdigheden kan plaatsvinden.

Vrijheid in het geestesleven

Het gebied waarin de individuele mens zich ontwikkelt en vaardigheden oefent of uitoefent; het culturele leven waar vrijheid noodzakelijk is om ontwikkeling mogelijk te maken; onderwijs, opvoeding, wetenschap, religie, kortweg de cultuur leeft van de creativiteit en daarmee op de individuele vrijheid. Dit is het geestesleven. Wie hier de groep boven het individu plaatst, maakt beiden tot de schaduw van zichzelf.
Hier is iedereen vrij om zich los van iedere groepsbinding op te stellen, om een culturele grensoverschrijder te zijn.

Dit recht op een vrije geestelijke ontwikkeling wordt tegenwoordig al in de kiem gesmoord, want door groeiende staatsbemoeienis neigen onze scholen steeds meer ernaar de bestaande meerheidscultuur om te vormen in een monocultuur. Minder diversiteit, meer uniformiteit.
Vanuit de gedachte van de driegeleding kan onderwijs dan ook alleen vrij van enige staatsbemoeienis ingericht en als vrij burgerinitiatief georganiseerd worden.

In het geestesleven kunnen besluiten alleen individueel genomen worden. In dit gebied leidt elke inmenging door de meerderheid tot beperking en dictatuur.

Elk mens is een minderheid

Gelijkheid in het rechtsleven

Het gebied waarin mensen samenleven, wetten en regels vormen is het gebied van het rechtsleven, waarin het gelijkheidsprincipe moet gelden.

Dit is het gebied van de staat, van de democratie. Dit is het gebied waar elk mondig mens een stem heeft en iedere stem even zwaar weegt. Daar praten en besluiten we over de dingen die ons allemaal in gelijke mate aangaan. Daar zijn we gelijk. We praten in gelijke mate mee en we gaan zaken regelen en afspreken die in gelijke gevallen in gelijke mate gelden.

Democratie heeft de slavernij afgeschaft. Wie echter vandaag zijn bedrijf of aandelen verkoopt, verkoopt in feiten mensen; mensenhandel = slavernij. Hoe laten we het kapitaal zo stromen opdat meer werk, maar geen mensen worden weg gerationaliseerd?

Elk mens is een burger

Broederlijkheid in het economische leven

Het gebied waarin mensen zorgen voor elkaars behoeften is het gebied van de economie en daar zou broederschap het heersende principe moeten zijn.

Het economisch leven bestaat uit warenproductie, warencirculatie en warenconsumptie. Het is de opgave van het economische leven om dat te produceren waarnaar behoefte is. Deze warenproductie moet op een zo vakkundig en economisch mogelijke manier plaatsvinden. Dat betekent ook met verantwoording t.o.v. alle mogelijke ecologische aspecten. Immers de gehele mensheid heeft recht op een schoon milieu, grondstoffen, ressource, enz.

Nu menen we in de huidige tijd erg economisch te kunnen denken, het tegendeel is meestal het geval. Er ontbreekt bij de meeste mensen een begrip van de oer-economische basis principes. Dit geldt ook voor veel zogenaamde experts. Zo is bijvoorbeeld de concurrentie geen economisch principe. Integendeel, zij is zeer oneconomisch en resulteert meestal in verspilling van grondstoffen en capaciteiten. Concurrentie is een principe die in het geestesleven thuis hoort.

Elk mens is de mensheid

Alleen de samenwerking binnen een bedrijfstak kan leiden tot de meest economische waren productie. Door bundeling van alle beschikbare vakkennis kan een product tot stand komen dat onder alle relevante aspecten de mensheid het meest ten goede komt.

In het economische leven moeten, binnen de door het rechtsleven gestelde voorwaarden, besluiten genomen worden op basis van kennis en vakbekwaamheid en niet op basis van een meerderheid.

De mens bouwt de brug

Zoals hierboven het Ik van de puber de organisatie van het denken, voelen en willen op zich neemt, zo moet de mens de drie in de samenleving heersende kwaliteiten vorm geven en in balans houden.
Elk mens is dus tegelijkertijd een minderheid, een burger en staat bovendien voor de gehele mensheid.

Waar de mens deze drie gebieden in zichzelf alleen maar zelf kan organiseren, zo is dat bij de drie sociale gebieden eenvoudiger: zij kunnen slechts een van de drie kwaliteiten vertegenwoordigen. Menselijk wordt de samenleving pas wanneer deze drie gebieden zich door samenwerking aanvullen zonder elkaars kwaliteiten en competenties te willen overnemen.

Samenwerking van extremen

Wie is er nu voor verantwoordelijk dat de verschillende gebieden – het geestesleven, het economische leven en het rechtsleven – met ieder zijn eigen eenzijdigheid, niet gaan woekeren of uiteen driften?

Niemand anders dan de mens zelf. Hij is diegene die de bruggen slaat. Hij is niet alleen een burger in de staat, maar ook actief in het culturele en economische leven. De mens is de verbinding in de samenleving. Hoe meer hij zich met dit gegeven uiteen zet, des te beter.

Op deze webpagina hebben we teksten verwerkt die we vonden op: Driegonaal.nl  en Dreigliederung.de

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.