De oorlogstrommels klinken weer luider

 

blankUit het onderstaande artikel blijkt dat er altijd twee mogelijkheden zijn, namelijk een oorlog uit te lokken of een oorlog te voorkomen. Gevoelsmatig zou je zeggen dat toch iedereen ervoor zou kiezen een oorlog te vermijden. Maar toch barsten steeds opnieuw oorlogen uit.

Ook heden bevinden we ons in een soortgelijke situatie. Rusland en China worden stelselmatig als agressieve landen afgeschilderd, die op oorlog uit zijn. Ik vind de overeenkomsten tussen het begin van de tweede wereldoorlog en de escalerende situatie tussen China en Taiwan of tussen Rusland en de Oekraïne angstwekkend. Tot dusver heeft me nog niemand kunnen uitleggen waarom Rusland of China een oorlog zouden willen, het enige land dat ervan zou profiteren zijn de Verenigde Staten. Door een oorlog zou de wapenindustrie handen met geld kunnen verdienen en tevens zou de Amerikaanse bevolking in tijdens een oorlog weer vol achter de president komen te staan en de economische malaise vergeten. Hoe deze bevolking tegenover oorlogen in het algemeen staat, interesseert geen van de besluitvormers. 

Van jongs af aan is ons ingeprent dat Duitsland schuld was aan de beide Wereldoorlogen. Wie er maar de geringste twijfels daaraan uitte was een Nazi. Het artikel laat zien dat er bij het tot stand komen van een oorlog steeds twee kanten betrokken zijn. De “waarheid” van de een hoeft niet de waarheid van een ander te zijn. Daarom is het zo noodzakelijk met elkaar te praten, en tenminste te proberen de waarheid van de ander te begrijpen.

 

Het volgende is een vertaling van Apolut, het voormalige KenFM.
Bij Apolut verschijnt een reeks onder de titel “Standpunten”. Dit is een standpunt van Jochen Mitschka.

Het eerste oorlogslachtoffer is de waarheid: Hoe de VS de Tweede Wereldoorlog planden

Het is belangrijk steeds in het achterhoofd te houden wat we uit de geschiedenis kunnen leren. Jammer genoeg wordt de geschiedenis geschreven door delen van het establishment en heeft zij vaak niet veel te maken met de werkelijkheid. Een schijn-realiteit wordt iedere dag opnieuw gecreëerd door de media en de politiek, los van de werkelijke feiten, en hetzelfde gebeurt bij het schrijven van geschiedenis.”

Helaas is het tegenwoordig normaal om automatisch als nazi te worden bestempeld, als je de ware toedracht van historische feiten zoekt. Maar waarom is het zo belangrijk om de waarheid over het verleden te kennen? Welnu, wie de ware toedracht kent, is ook beter in staat de leugens van het heden te herkennen. En wie vandaag erkent dat de Tweede Wereldoorlog doelbewust door de VS werd vooruit gedreven, zal de lanceerplatforms voor hypersonische raketten in Duitsland, die tegen Rusland zijn gericht, de Duitse kernbommenwerpers, die Amerikaanse atoombommen naar Moskou moeten laten vliegen, en de extreme uitbreiding van de NAVO in de richting van Rusland, vandaag wellicht anders beoordelen dan als een louter defensieve maatregel.

In dit verband wil ik u vandaag fragmenten uit het boek “Roosevelts Krieg” van Edgar Dahl presenteren, waarvan de auteur mij uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om ze te gebruiken. De noodzakelijke inkortingen zijn te wijten aan het publicatie-formaat.

Roosevelt’s Oorlog

Samen met George Washington en Abraham Lincoln wordt Franklin Delano Roosevelt nog steeds beschouwd als een van de grootste presidenten in de geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika. Met het oog op zijn overwinning op het nationaal-socialisme vieren velen hem zelfs als de “redder van de wereld”. (1)Gerhard Spörl, Der Retter der Welt. In: SPIEGEL GESCHICHTE 3 Der Krieg 1939 – 1945: Als die Welt in Flammen stand. 2010, Seite 86. In feite kan men dit alleen doen indien men bepaalde documenten bewust buiten beschouwing laat. Dat Roosevelt in werkelijkheid de grootste “oorlogsstoker ter wereld” was, is vandaag de dag zeker niet alleen de mening van een handjevol revisionisten. De Joodse historicus Robert E. Herzstein heeft hier al op gewezen, toen hij in zijn in 1989 verschenen boek “Roosevelt & Hitler: Prelude to War” , schreef:

“Er zou waarschijnlijk in september 1939 geen oorlog zijn uitgebroken, indien Roosevelt geen druk had uitgeoefend op Londen, Parijs en Warschau. In naam van de ‘nationale veiligheid’ wilde Roosevelt een oorlog voeren die zou uitmonden in de hegemonie van Amerika.” (2)Robert E. Herzstein, Roosevelt & Hitler: Prelude to War. John Wiley & Sons, New York 1989, S. XVIII.

Zoals uit een groot aantal documenten blijkt, had Roosevelt vanaf 1937 doelbewust naar een nieuwe wereldoorlog toegewerkt. Het motief dat hij nastreefde was geenszins om de wereld te bevrijden van de “plaag van het nationaal-socialisme”. Ook was het niet om Hitlers vermeende plannen van “verovering van de wereld” of “uitroeiing van de Joden” te verijdelen. Het motief was, zoals in bijna alle oorlogen, zuiver economisch. Roosevelt had gefaald met zijn nieuwe economische beleid, de “New Deal”. Net als Hitler, had Roosevelt bij zijn verkiezing beloofd, de bevolking weer aan inkomen en werk te helpen. Maar in tegenstelling tot Hitler slaagde Roosevelt er niet in zijn belofte na te komen. Van de 14 miljoen mensen die in 1933 werkloos waren, waren er in 1937 nog steeds 12 miljoen werkloos. Net als de Eerste Wereldoorlog, moest een Tweede Wereldoorlog de economie stimuleren, de werkloosheid uitbannen en tevens enorme winsten opleveren voor de wapen- en financiële industrie.

Dat Roosevelt wanhopig op zoek was naar een voorwendsel voor oorlog tegen Duitsland, blijkt bijvoorbeeld uit een document van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Op 20 september 1938 ontbood Roosevelt de Britse ambassadeur in Washington, Sir Ronald Lindsay, in het Witte Huis. Zoals hij hem direct aan het begin van het gesprek meedeelde, mocht niemand de inhoud van hun gesprek vernemen. Als het Amerikaanse Congres van zijn plan zou horen, zou hij uit zijn ambt worden gezet. Hij deed toen het volgende voorstel aan Lindsay: Engeland zou Duitsland opnieuw een hongerblokkade moeten opleggen. Deze blokkade mocht niet beperkt blijven tot de Noordzee, maar moest ook de Straat van Gibraltar en het Suezkanaal omvatten. Toen Lindsay tegenwierp dat dit klonk als een sanctie die in strijd is met het internationaal recht, antwoordde Roosevelt dat het woord “sanctie” onder geen enkele voorwaarde mocht worden gebruikt. De blokkade zou gerechtvaardigd moeten worden vanwege “hoogstaande humanitaire redenen”, maar

“desondanks de vijand op de knieën dwingen. Deze manier van oorlogvoeren zou ook in Amerika geaccepteerd worden, indien de humanitaire redenen maar voldoende benadrukt zouden worden.” (3)Sir Ronald Lindsay to Lord Halifax. Telegram of 20 September 1938. Document No. 349. In: E. L. Woodward (Ed.) Documents on British Foreign Policy: 1919- 1939. Third Series, Volume VIII. Her Majesty’s Stationary Office, London 1953, S. 628.

Om Engeland van geld en wapens te kunnen voorzien zonder de Amerikaanse neutraliteitswetten te schenden, zou het van essentieel belang zijn de blokkade af te schilderen als een zuivere “verdedigingsmaatregel”. Aan Duitsland mocht onder geen enkele voorwaarde de oorlog verklaard worden. Mocht Hitler een aanval durven te doen, dan zou dit in de VS een zodanige verontwaardiging teweegbrengen dat te zijner tijd Amerikaanse troepen in de Europese oorlog zouden kunnen worden gestuurd.

Om de monstruositeit van Roosevelts voorstel in te kunnen schatten, moet men zich de hongerblokkade tijdens de Eerste Wereldoorlog voor de geest halen. Tijdens de Britse blokkade van 1914 tot 1919 stierven in Duitsland volgens officiële berichten 762.796 mensen de hongerdood, vooral kleine kinderen, zieken en bejaarden. Er kan weinig twijfel over bestaan dat Hitler uiteindelijk na een jaar het “eerste schot” zou hebben gelost, waarop Roosevelt hoopte. De Britse premier Sir Neville Chamberlain en zijn minister van Buitenlandse Zaken Lord Halifax, verwierpen het voorstel van Roosevelt toen nog.

Hoe wanhopig Roosevelt op zoek was naar een voorwendsel voor een oorlog tegen Duitsland, blijkt ook uit een document van het Poolse Ministerie van Buitenlandse Zaken. In een schrijven van 21 november 1938 deed de Poolse ambassadeur in Washington, graaf Jerzy Potocki, verslag van een gesprek met de Amerikaanse ambassadeur in Parijs, William C. Bullitt. Daarna verklaarde Bullitt:

“Het zou de wens van de democratische staten zijn dat er in het Oosten militaire confrontaties zouden plaatsvinden tussen het Duitse Rijk en Rusland. Aangezien de potentiële kracht van de Sovjet-Unie vooralsnog onbekend was, zou het kunnen dat Duitsland zich te ver van zijn basis zou verwijderen en daardoor gedoemd zou zijn tot een lange en uitputtende oorlog. Dan pas, zouden volgens Bullitt, de democratische staten Duitsland aanvallen en tot overgave dwingen. (4)Auswärtiges Amt, Polnische Dokumente zur Vorgeschichte des Krieges. Dokument Nr. 4. Franz Eher, Berlin 1940, S. 9.

blank
Vermoedelijk staan de grenzen van Duitsland niet iedereen duidelijk voor ogen

Tenslotte benutte Roosevelt eind 1938, het zich aftekenende conflict over de “vrije stad” Danzig, om Polen, Engeland en Frankrijk tegen Duitsland in stelling te brengen. Hoewel de afscheiding van de “vrije stad” Danzig altijd als de grootste geopolitieke tekortkoming van het Vredesverdrag van Versailles kan worden beschouwd, toonden Warschau, Londen en Parijs zich niettemin onverzettelijk ten opzichte van Hitlers wens om Danzig weer bij het Duitse Rijk te voegen. Om een politieke rechtvaardiging voor een interventie door Engeland en Frankrijk te creëren, drong hij er bij de regeringen van Londen en Parijs op aan een garantieverklaring aan Polen af te geven. Het wapengekletter van Warschau was bedoeld om Hitler te provoceren en hem in de val te laten lopen die door Roosevelt was uitgezet – namelijk in het voeren van een langdurige oorlog tegen Engeland en Frankrijk.

Warschau, dat droomde van een Groot Pools Rijk, het “Intermarium”, dat zich uit zou strekken van de Oostzee tot de Zwarte Zee, aarzelde aanvankelijk nog. Toen William C. Bullitt, Roosevelts plannen op 24 maart 1939 aan de Poolse ambassadeur in Parijs, Juliusz Lukasiewicz, uiteenzette, zei deze:

“Het is kinderlijk naïef en tegelijkertijd onredelijk om een land, dat zich in een dergelijke positie als Polen bevindt, voor te stellen zijn betrekkingen met een sterk buurland als Duitsland in gevaar te brengen en daardoor de wereld bloot te stellen aan de catastrofe van een oorlog”.

Hij voegde eraan toe,

“dat Hitler zich genoodzaakt zou kunnen zien dwangmiddelen tegen ons in te zetten, waarop wij alleen gewapend zouden kunnen reageren. Dit zal aanleiding geven tot een breed Europees conflict, in de eerste fase waarvan wij de druk van de hele Duitse krijgsmacht zouden moeten verduren.”

De ambassadeur gaat verder:

“Ambassadeur Bullitt nam mijn opmerkingen zeer ter harte en vroeg me deze nog eens te herhalen. Ik zag dat hij elke paragraaf uit zijn hoofd probeerde te leren. Later vroeg hij mij of wij een gezamenlijke alliantie zouden aanvaarden indien Engeland en Frankrijk ons iets dergelijks zouden voorstellen. […] De volgende dag deelde ambassadeur Bullitt mij mee dat hij mijn standpunten onderschreef en dat hij, gebruik makend van zijn rechten, de ambassadeur van de Verenigde Staten in Londen, Kennedy, had opgedragen naar premier Chamberlain te gaan en tegen hem dit alles te herhalen, waarbij hij nadrukkelijk op de verantwoordelijkheid van de Britse regering zou wijzen.” (5)Auswärtiges Amt, Polnische Dokumente zur Vorgeschichte des Krieges. Dokument Nr. 11. Franz Eher, Berlin 1940, S. 29.

Deze besprekingen van 24 en 25 maart waren de bakermat van de beruchte “blanco cheque” en de Britse garantieverklaring aan Polen, die vervolgens op 31 maart 1939 ook officieel door Neville Chamberlain werd afgekondigd.

In dit verband verwijst de Britse militair historicus John C. Fuller ook naar een veelzeggend verslag van de Duits-Amerikaanse journalist Karl von Wiegand:

“Op 25 april 1939 werd ik door Bullitt gevraagd om naar de Amerikaanse Ambassade te komen. Hij legde me uit: ‘De oorlog in Europa is een uitgemaakte zaak. Polen is verzekerd van de steun van Engeland en Frankrijk en zal niet toegeven aan Duitse eisen. Amerika zal kort na Engeland en Frankrijk bij de oorlog betrokken raken.” (6)John F. C. Fuller, A Military History of the Western World. Volume III: From the American Civil War to the End of World War II. Da Capo, Boston 1987, S. 375.

Zoals bekend had Hitler de regering van Warschau op 24 oktober 1938 een buitengewoon genereus aanbod gedaan: In ruil voor de teruggave van Danzig aan het Duitse Rijk, bood hij Polen aan om de provincies Posen, West-Pruisen en oostelijk Opper-Silezië, die door het verdrag van Versailles van Duitsland waren afgenomen, niet van Polen terug te eisen. Bovendien zou het Duits-Poolse niet-aanvalsverdrag, dat sinds 1934 bestond, met 10 tot 25 jaar worden verlengd. En tenslotte nodigde Hitler Polen zelfs uit om toe te treden tot het “Anti-Komintern Pact” bestaande uit Duitsland, Japan en Italië, dat, zoals de naam al aangeeft, gericht was tegen de toenmalige Communistische Internationale. Deze uitnodiging had de Britse historicus Alan J.P. Taylor tot de vaak belachelijk gemaakte, maar volkomen terechte uitspraak gebracht:

“Hitlers doel was een alliantie met Polen, niet de vernietiging ervan.” (7)Alan J.P. Taylor, The Origins of the Second World War. Second Edition. Penguin, London 1963, S. 259.

Maar zodra Polen verzekerd was van een militair bijstandspact met Groot-Brittannië en Frankrijk, begon het de intentie van Roosevelt te verwezenlijken en Hitler te provoceren. Op 24 maart 1939 had Warschau uit het niets een gedeeltelijke mobilisatie van zijn troepen bevolen.(8)Józef Lipski, Diplomat in Berlin: 1933 – 1939. Columbia University Press, New York 1968, S. 508. Toen de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joachim von Ribbentrop, op 26 maart informeerde naar de redenen voor de mobilisatiemaatregelen, antwoordde de Poolse ambassadeur Józef Lipski hem dat hij

“de onaangename plicht had erop te wijzen dat elke verdere doorzetting van de Duitse plannen, met name wat de teruggave van Danzig aan het Reich betreft, oorlog met Polen zou betekenen.” (9)Auswärtiges Amt, Dokumente zur Vorgeschichte des Krieges. Franz Eher, Berlin 1939. Dokument 208, S. 191.

Vanaf medio mei 1939 werden op veel plaatsen in Polen Duitse scholen gesloten. Duitse studenten die aan Poolse universiteiten studeerden, werden belet hun colleges bij te wonen. In Warschau werden de ruiten van de Duitse ambassade ingegooid. Mensen demonstreerden voor de ingang met slogans als “Leve het Poolse Gdansk!”, “Weg met Hitler!” of “Volgende week marcheren we naar Berlijn!”

In augustus bereikte de situatie van de Duitse minderheid in Polen een dieptepunt. Kerken waar Duitse diensten werden gehouden, werden bestormd. Op het platteland werden Duitse boerderijen in brand gestoken. En in de steden werden mensen op straat in elkaar geslagen. Op 25 augustus begonnen de Poolse autoriteiten met de arrestatie en deportatie van 15.000 etnische Duitsers. Aan de Duitse grenzen moesten tentenkampen worden opgebouwd om de vluchtelingen die uit Polen binnenstroomden op te vangen. Volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken zouden bij het uitbreken van de oorlog 78.000 etnische Duitsers naar het Reich zijn gevlucht; nog eens 18.000 vluchtten naar Danzig.(10)Auswärtiges Amt, Dokumente zur Vorgeschichte des Krieges. Dokument 416. Franz Eher, Berlin 1939, S. 381.

In zijn memoires “Mijn leven voor Polen” lijkt de latere staatspresident Wojciech Jaruzelski de stemming in zijn vaderland in die tijd zeer goed te hebben weergegeven. De staatspropaganda luidde als volgt:

“Wij zijn een macht. We zijn een geweldig land. Niemand zal iets van ons afnemen. […] De tanks van de Duitsers zijn van karton, of ze blijven steken in de modder en het zand van de Poolse vlakten. Onze cavalerie veegt ze weg sneller dan het duurt om deze zin te zeggen. En trouwens, we hebben machtige bondgenoten in het Westen.

Daarom konden wij over een toekomstige oorlog spreken zonder ook maar de minste dreiging of gevaar te voelen. Vandaag lijkt dit schandalig, en als ik er aan denk schaam ik me. Maar op dat moment wensten we deze oorlog. […] Soms, als we hoorden dat iemand een nieuw vredesinitiatief was begonnen, vroegen we ons af: ‘Wat heeft het voor zin?’ Laten we de Duitsers een pak slaag geven, laten we naar Berlijn marcheren en dan zijn we er klaar mee!” (11)Wojciech Jaruzelski, Mein Leben für Polen. Erinnerungen. Piper, München 1993, S. 40f.

Vanuit Pools standpunt is het gedrag van de regering in Warschau in het geheel niet verrassend. Beck(12)Józef Beck; 4 oktober 1894 – 5 juni 1944) was een Pools staatsman die de Tweede Republiek Polen diende als diplomaat en militair, en was een naaste medewerker van Józef Piłsudski. Beck verwierf bekendheid als Poolse minister van Buitenlandse Zaken in de jaren 1930, toen hij het Poolse … Lees verder... twijfelde er niet aan dat Hitler hem een oprecht en genereus aanbod had gedaan. Maar wat was Hitlers aanbod vergeleken met dat van Roosevelt? Hitlers aanbod bood hem het behoud van Posen, West-Pruisen en oostelijk Opper-Silezië. Het aanbod van Roosevelt daarentegen beloofde hem niet alleen het bezit van Posen, West-Pruisen en oostelijk Opper-Silezië, maar zelfs de latere verwerving van Danzig, Silezië en Oost-Pruisen. Alles wat nodig was om de Poolse grootmacht-dromen te verwezenlijken, was een gezamenlijke oorlog aan de zijde van Engeland en Frankrijk met Amerikaanse steun. Gezien de militaire superioriteit van de anti-Duitse alliantie was Beck er zeker van dat de Wehrmacht al na een paar weken uitgeschakeld zou zijn en dat hij zegevierend voor de Brandenburger Tor zou staan.

Toen Hitler, in een laatste poging om de vrede te bewaren, de regering in Warschau voorstelde om op 30 augustus 1939 een gemachtigde onderhandelaar naar Berlijn te sturen om opnieuw te onderhandelen over een nieuw aanbod aan Polen, vond Beck het dan ook niet nodig om op het voorstel in te gaan. Er kwam geen onderhandelaar opdagen. In plaats daarvan kondigde Polen op dezelfde dag de algemene mobilisatie van zijn leger aan. (13)Sir H. Kennard to Viscount Halifax. 30 August 1939. Document No. 527. In: Documents on British Foreign Policy: 1919 – 1939. Third Series, Volume VII. Her Majesty’s Stationary Office, London 1954, S. 404.

Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Om zijn gezicht te redden en een einde te maken aan Beck’s agressieve beleid, beval Hitler de invasie van Polen op 31 augustus 1939. Nadat hij had ingestemd met hernieuwde onderhandelingen met Warschau, verwachtte hij geen oorlogsverklaring van Groot-Brittannië en Frankrijk. Londen en Parijs hadden immers zelf kunnen vaststellen dat het Polen en niet Duitsland was dat een vreedzame oplossing van het conflict saboteerde. Voor Hitler golden de woorden van Frederik de Grote:

“De agressor is degene die zijn tegenstander dwingt de wapens op te nemen.”

Hitler had altijd gezegd: uiteindelijk zouden alleen de Russen en de Amerikanen profiteren van een oorlog tussen Engeland en Duitsland. Tot aan het begin van de oorlog was Hitler op geen enkele manier op de hoogte van de geheime diplomatie van Roosevelt. Pas toen de hele correspondentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Warschau in beslag was genomen tijdens de Poolse campagne, realiseerde Hitler zich dat het Roosevelt was die Duitsland bewust in een oorlog tegen Engeland, Frankrijk en Polen had gedreven.

In overleg met Joachim von Ribbentrop, Eberhard Freiherr von Künsberg en Hans Adolf Graf von Moltke, liet Hitler in het voorjaar van 1940 “De Poolse documenten over de voorgeschiedenis van de oorlog” niet alleen in het Duitse Rijk maar ook in de Verenigde Staten van Amerika publiceren. Zoals te verwachten was, veroorzaakten de mededelingen van de Poolse ambassadeurs over hun vertrouwelijke gesprekken met William C. Bullitt, Joseph P. Kennedy en Anthony D. Biddle nogal wat opschudding.

Op 11 juli 1940 bijvoorbeeld maakte Ernest Lundeen van een zitting van de Senaat gebruik om de kwestie in aanwezigheid van Roosevelt aan de orde te stellen. In een gedenkwaardige toespraak, zei hij:

“Dit is mijn oorlog!” had de Russische ambassadeur Izvolsky in 1914 in Parijs uitgeroepen. “Dit is mijn oorlog!” zou onze president nu ook kunnen roepen wanneer hij de catastrofe overdenkt die de Europese cultuur vandaag dreigt te verzwelgen. De Europeanen hebben nu geuit wat de Amerikanen al lang vermoedden: Engeland, Frankrijk en Polen zouden hun geschil met Hitler aan de conferentietafel hebben bijgelegd als onze president zich er niet mee had bemoeid. De Poolse regering zou de redelijke voorstellen van de Duitse leider nooit hebben verworpen als ambassadeur Bullitt niet de militaire steun van Engeland, Frankrijk en Amerika had gegarandeerd.

Toen de Duitsers Warschau veroverden, ontdekten zij een groot aantal documenten in de archieven. Uit deze documenten blijkt dat Mr. Bullitt de Poolse regering had verzekerd dat Amerika de verklaarde vijand van Duitsland was. Hij spoorde ook Frankrijk en Groot-Brittannië aan om Polen te steunen in het verzet tegen Duitsland. Dit was een doorslaggevende factor voor het uitbreken van de oorlog. Polen was onverzoenlijk en niet bereid om de redelijke Duitse verzoeken te honoreren. Dit maakte een vreedzame oplossing van het probleem Danzig onmogelijk. En Engeland en Frankrijk trokken vol vertrouwen ten strijde, in de overtuiging dat ze al spoedig op Amerikaanse hulp konden rekenen.”(14)Ernest Lundeen, Six Men and War. In: Congressional Record 86, July 11, 1940. Washington 1940, S. 9508 – 9513.

Aan het eind van zijn toespraak, eiste Lundeen een onderzoek door een Senaatscommissie. Vele prominente anti-interventionisten – waaronder piloot Charles Lindbergh, historicus Harry Elmer Barnes en senator Gerald P. Nye – sloten zich bij hem aan. Maar in plaats van een onderzoek naar de activiteiten van Bullitt, kwam er alleen een onderzoek naar de publicatie van de Poolse documenten. Het “Comité voor On-Amerikaanse Activiteiten” wendde zich in dezelfde maand tot de New Yorkse uitgeverij “Howell & Soskin” en kwam daar te weten dat de documenten aan het Comité waren aangeboden door de Duitse journalist Dr. Manfred Zapp en vertaald door de Duits-Amerikaanse schrijver George Sylvester Viereck. (15)House of Representative Special Committee on Un-American Activities, Investigation on Un-American Propaganda Activities in the United States. Third Session on H. Res. 282. Appendix – Part II. Washington 1940, S.  1054 – 1059. Zowel Zapp als Viereck werden in het voorjaar van 1941 gearresteerd wegens het verspreiden van nationaal-socialistische propaganda.

Alle hier aangehaalde documenten zouden voldoende moeten bewijzen dat Roosevelt de Tweede Wereldoorlog van meet af aan gepland had en zich met zijn geheime diplomatie schuldig maakte aan indirecte oorlogsophitsing.

Roosevelt ging echter nog een stap verder door vanaf dat moment ook alle vredesonderhandelingen te ondermijnen. Op 30 januari 1940 begon hij met de eerste voorbereidingen voor de volgende presidentsverkiezingen. Aangezien de overgrote meerderheid van de Amerikanen tegen een deelname aan de oorlog was, verzekerde hij zijn kiezers:

“Ik heb het al eerder gezegd, maar ik zal het steeds weer zeggen: uw zonen zullen niet naar buitenlandse oorlogen worden gestuurd!” (16)Michael R. Beschloss, Kennedy & Roosevelt: An Uneasy Alliance. Harper & Row, New York, S. 222.

Op 9 februari 1940 kondigde hij aan dat hij zijn onder-Secretaris van Staat, Sumner Welles, op “vredesmissie” zou sturen. Welles zou de regeringen in Berlijn, Londen, Parijs en Rome bezoeken om ter plaatse de mogelijkheden van een duurzame vrede te onderzoeken. (17)Irwin F. Gellman, Secret Affairs: Franklin Roosevelt, Cordell Hull and Sumner Welles. Johns Hopkins University Press, Baltimore 1995, S. 173.

Hitler doorzag Roosevelt’s zet onmiddellijk. Hij wist dat Sumner Welles’ “missie” slechts een truc was in de verkiezingscampagne waarmee Roosevelt bij zijn kiezers de vredesapostel wilde spelen. Welles werd dan ook in Berlijn met stalen gezichten ontvangen. Toen hij in de Wilhelmstraße beweerde dat Roosevelt niets liever wilde dan vrede, schoof Ribbentrop hem woordeloos de “Poolse documenten over de voorgeschiedenis van de oorlog” toe, die in Warschau waren buitgemaakt.(18)Joseph P. Kennedy, Diplomatic Memoirs. John F. Kennedy Library and Museum, Boston. Series 08.01. Box 148. JPKPP 148-002, Chapter 40, S. 16.

In Londen, had Welles veel meer geluk. Premier Chamberlain en minister van Buitenlandse Zaken Halifax waren vastbesloten een einde te maken aan de oorlog die zij slechts met tegenzin waren begonnen. In de loop van twee avonden werden zij het eens over drie voorwaarden waaronder Engeland bereid zou zijn vredesbesprekingen met Hitler te voeren: Ten eerste zou Hitler Danzig mogen behouden, maar zou hij een onafhankelijk Polen moeten herstellen. Ten tweede, Hitler moet zich terugtrekken uit Bohemen en Moravië. En ten derde, Hitler zou moeten instemmen met een volksreferendum in Oostenrijk.(19)Joseph P. Kennedy Diplomatic Memoirs. John F. Kennedy Library and Museum, Boston. Series 08.01. Box 148. JPKPP 148-002, Chapter 40, S. 38. Er kan geen twijfel over bestaan dat Hitler deze drie voorwaarden met graagte zou hebben aanvaard.

Toen Sumner Welles aan het eind van zijn missie in Rome Benito Mussolini ontmoette, was de “Duce” verbaasd over de milde Engelse voorwaarden. Nadat men het eens was geworden over een vierde voorwaarde, namelijk dat Polen weer een eigen toegang tot de Oostzee moest krijgen, drong Mussolini erop aan Hitler onmiddellijk te bellen om hem op de hoogte te stellen van de mogelijkheid van vredesonderhandelingen. Welles hield Mussolini echter tegen door uit te leggen dat hij eerst de toestemming van Roosevelt zou moeten krijgen.(20)Sumner Welles, The Time for Decision. Hamish Hamilton, London 1944, S. 112.

Niemand weet wat Roosevelt tegen Welles heeft gezegd aan de telefoon. Maar uit een telegram van minister van Buitenlandse Zaken Cordell Hull blijkt duidelijk dat Roosevelt verontwaardigd was over mogelijke vredesonderhandelingen. Hull stuurde Welles onmiddellijk een telegram om aan journalisten door te geven, waarin hij meedelen moest dat hij van geen enkele regering een vredesvoorstel had ontvangen.(21)Cordell Hull, The Memoirs of Cordell Hull. Macmillan, New York 1948, S. 740.

  • Uit Sir Ronald Lindsay’s schrijven van 20 september 1938 weten we dat Roosevelt oorlog wilde.
  • Uit de “Poolse documenten over de voorgeschiedenis van de oorlog” weten we hoe Roosevelt er bij Engeland, Frankrijk en Polen op aandrong om ten strijde te trekken tegen Duitsland.
  • En uit Sumner Welles’ missie blijkt dat Roosevelt de oorlog niet wilde beëindigen toen die eenmaal begonnen was.

 

Voetnoten[+]

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.