Waar het vrije geestesleven begint…


Dit artikel verscheen in het tijdschrift Driegonaal

 

Wie heeft het ooit daadwerkelijk meegemaakt: de ervaring dat een ander mens jou écht ziet?
Het is een ervaring die wij elkaar meer dan van harte zouden moeten toewensen. – Wie, op de manier die hier bedoeld is, echt gezien wordt, zal zich wezenlijk erkend en bevestigd voelen, en zal daardoor tot nieuwe, essentiële stappen kunnen komen.

Ook voor wie deze ervaring niet kent, zal duidelijk zijn dat dit ‘gezien worden’ geen uiterlijke zaak is. Het gaat niet om de buitenkant die gezien wordt, het gaat om ons wezen, onze innerlijke kern. En de mens die mij op deze manier gezien heeft, is de mens die mij echt kent en begrijpt.

Iets dergelijks geldt ook voor de ontwikkelingen die zich in de wereld voordoen, voor de gebeurtenissen en feiten die plaatsvinden. Zij tonen zich, net als wij, in een uiterlijke gedaante, maar hun essentie gaat daarin schuil, ligt niet aan de oppervlakte.
Willen wij echt begrijpen wat er in onze tijd gebeurt, dan zullen wij de gebeurtenissen zó moeten waarnemen dat wij kunnen doordringen tot hun essentie.
Dat waarnemen moet met grote opmerkzaamheid en tegelijkertijd in innerlijke rust en onbevangenheid gebeuren. De opmerkzaamheid is gewenst ‘om niets te missen’. De innerlijke rust en de onbevangenheid zijn nodig om dat wat ik waarneem volledig ‘binnen te laten komen’ en niet al bij binnenkomst te vervormen of verkleuren door mijn al gevormde mening of ingenomen standpunt. Innerlijke rust betekent dat mijn innerlijk stil en helder kan weerspiegelen wat ik waarneem. Onbevangenheid betekent dat ik puur en ongekleurd kan kijken.

Hoe eenvoudig dit op zich ook te begrijpen mag zijn, aan een vraagstuk als de coronacrisis ervaren wij dat deze manier van waarnemen een moeilijke opgave is.

En, we zoeken naar een weg om gebeurtenissen in de tijd wezenlijk te kunnen begrijpen, dan is het waarnemen nog maar de eerste stap. De tweede stap bestaat uit ‘het denken over de waarneming’ die wij deden. Dus, door middel van het waarnemen hebben wij de gebeurtenis die wij willen onderzoeken in ons bewustzijn opgenomen; met het denken willen wij deze gebeurtenis onderzoeken en begrijpen.
Hier te beschrijven wat daarbij komt kijken is eenvoudiger dan deze tweede stap ook echt waar te maken. Maar, wanneer wij denkend de gebeurtenissen die wij op de aangeduide manier hebben waargenomen willen doorgronden, om hun essentie te kunnen ‘zien’, dan zullen wij dat des te beter kunnen voltrekken wanneer wij de wereld, de mens en de ontwikkeling van de mens (dat is inclusief wat ‘de geschiedenis’ wordt genoemd) zó kunnen zien dat wij onszelf – ons eigen leven en streven – daar buiten houden. Ons denken moet los komen van al het persoonlijke; wanneer wij de wereld en de tijd waarin wij leven willen begrijpen moeten wij tot objectiviteit komen, om het denken ‘helder’ te houden. Dat betekent ook: niet denkend op zoek gaan naar wat in ons beeld past (en wat niet past weg houden; de moed opbrengen om ook te denken wat ons onwelgevallig is en wat wij liever niet zouden willen denken. Alleen zó mogen wij hopen door te dringen tot het wezenlijke dat zich uitdrukt in de uiterlijke gebeurtenissen die zich in de wereld, ‘op mensheidsniveau’, afspelen.

De coronacrisis is wellicht de meest gecompliceerde aangelegenheid waarmee de mensheid ooit kampte. Wij kunnen terugdenken aan eerdere grote crisissen, bijvoorbeeld de zgn koude oorlog, of de tweede of eerste wereldoorlog. Dat waren toch, waarmee niets is gezegd over hun ernst of betekenis, crisissen die tot op zekere hoogte een eenduidig karakter hadden en begripsmatig te duiden. – Wie meent de coronacrisis eenduidig en afdoende te kunnen doorzien en verklaren zal op zijn best niet meer dan een enkel aspect van deze veelkoppige draak in het vizier hebben.
Deze crisis vraagt om een volledige vernieuwing van het menselijk samenleven. Een eerste stap daarin is het opstarten van een uitgebreid en grondig gesprek waarin wij onze waarnemingen, met betrekking tot de coronacrisis, naast elkaar leggen om tot een omvattend beeld te komen; en waarin wij de vruchten van ons denken over deze waarnemingen aan elkaar voorleggen, om samen te voegen wat bij elkaar hoort, opzij te leggen wat ‘niet goed gedacht’ is en zo tot het wezen van de crisis door te dringen.

Er is niets dat ons werkelijk belet een dergelijk gesprek aan te gaan, al is er ook – afgezien van de noodzaak tot een dergelijk gesprek, ons opgelegd door de crisis zelf – niet veel dat dit gesprek stimuleert. Want één van de vele rampzalige aspecten van de coronacrisis is dat het gespreksklimaat ‘vergiftigd’ is: wezenlijke vragen worden ontweken; gesprekken worden gevoerd vanuit de loopgraven of vanaf verschillende planeten; de inhoud van het gesprek wordt misvormd door aanspraak op ‘autoriteit’ of het ‘wegzetten’ van de ‘gesprekspartner’; er wordt gesproken maar niet geluisterd; gesprekken worden doordrenkt met emotie en sentiment; gesprekken verworden tot retoriek binnen de eigen bubbel, … en vul maar aan.

In de driegeleding van het sociale organisme is ‘vrijheid van geestesleven’ een eerste voorwaarde. Wie meent dat die vrijheid er is (want iedereen kan toch alles roepen of aan de sociale media ‘toevertrouwen’?) vergist zich pijnlijk. Van een vrij geestesleven kan pas sprake zijn als er in vrijheid naar waarheid gezocht wordt. – Omdat het woord ‘waarheid’ in onze tijd op veel gevoeligheid stuit, zeg ik het nog eens anders: van een vrij geestesleven kan pas sprake zijn als alles (elk thema, elk vraagstuk) in vrijheid onderzocht kan worden. Het gesprek dat wij ontberen en waarop ik doel, is een ‘in-vrijheid-onderzoekend-gesprek’: een zoektocht. (In zo’n gesprek komt ‘de waarheid’ dan ook vroeg of laat in beeld, natuurlijk in een verschijningsvorm die vanuit veel verschillende standpunten gezien kan worden).
En zo stuiten wij hier op een andere wezenlijke trek van de coronacrisis: zij roept ons met ultieme urgentie op tot het opbouwen van een vrij geestesleven. Die opbouw kan zijn begin vinden in het gesprek dat wij kunnen voeren (wij hoeven daarmee niet te wachten tot iemand ons verzekert dat het geestesleven ‘vrij’ verklaard is) over de coronacrisis. En dat kan uitmonden in iets dat de coronacrisis zou overstijgen, namelijk de ervaring dat het ons mogelijk is de grootste tegenstellingen te overbruggen.
Die vrijheid moeten wij ons permitteren.

Dit artikel verscheen in het tijdschrift Driegonaal

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.