Oogst van de angst

Door Hanneke Tinor-Centi

In gesprek met Willem F. Erné

 

blankOp 2 april jl. verscheen Oogst van de angst, de derde roman van Willem Erné. Een realistische en bijzonder actuele roman, die alle zintuigen op scherp zet. In dit boek laat de auteur de tweelingbroers Alex en Nidas de discussie voeren of corona wel of geen ‘gewone’ griep is en of er wellicht sprake is van een vooropgezet plan. Hij ontvouwt een complottheorie die zijn weerga niet kent, waarin de overheid en ‘big pharma’ een – op zijn minst – dubieuze rol spelen.

Dit opzienbarende boek is voor mij reden om de auteur een aantal vragen te stellen. Hij honoreert mijn verzoek en wij spreken af in de fraaie binnentuin van de Nicolaikerk in Utrecht, waar zijn vader ooit organist was. Een prachtige én symbolische plek aangezien Willem hier graag zijn boek had gepresenteerd en – eveneens symbolisch – het eerste exemplaar aan wijlen zijn vader had willen overhandigen.
Door de maatregelen rondom Corona ging daar een fikse streep doorheen. Iets wat hem niet alleen dwarszit, maar ook iets waar hij weinig begrip voor op kan brengen. Mijn eerste vraag hangt daarmee samen.

Willem, hoe sta jij zelf in de hele Corona-affaire? Na het lezen van Oogst van de angst kent men de ‘meningen’ van Alex en Nidas, maar hoe kijkt Willem tegen dit alles aan?

“Ik denk dat we te maken hebben met een wereldwijde staatsgreep. Wie helemaal bovenaan aan de touwtjes trekken is in deze fase niet keihard te bewijzen, maar dat een aantal miljardairs erbij betrokken is, is duidelijk. Ik denk daarbij aan Klaus Schwab, Bill Gates en George Soros. De hele ontwikkeling zoals we die nu zien, staat beschreven op de website van het WEF, de Rockefeller foundation en is ook consistent met de agenda 2030 van de Verenigde Naties. Het internet staat bol van de aanwijzingen en bewijzen van de betrokkenheid van deze mensen en instellingen. Een complot, inderdaad, maar het is onverstandig niet in complotten denken omdat vrijwel de gehele politieke wereldgeschiedenis uit complotten bestaat, van de moord op Julius Caesar tot 9/11, en dan bedoel ik het officiële verhaal, dus dat een stel Arabieren die twee hoge torens in New York hebben vernietigd. Er klopt niets van het officiële verhaal, maar het is wel een complottheorie.”

Wat wil je bereiken met jouw verhaal rondom Alex en Nidas? En met welk van de twee broers identificeer jij je het meeste?

“Het eerste doel van mijn schrijverij is altijd zelfbevrediging geweest, zal ik maar zeggen. De reis van eerste woord tot laatste punt moet voor mij een aangename zijn, ook al weet ik dat ik onderweg af en toe in een donkere steeg beland die wordt geblokkeerd door een hoge muur waar ik overheen moet zien te komen. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat mensen mijn boek kopen en er genot uit halen, plezier aan beleven. Als ik alleen maar voor mezelf schreef, zou ik elk boek dat ik af had thuis op de plank kunnen zetten en aan het volgende beginnen. Bij dit boek echter was en is er ook nog een ander doel, namelijk de lezer die nog in het overheidsverhaal gelooft ervan overtuigen dat er iets heel anders aan de hand is. Al is het maar één lezer. Eigenlijk had ik dat doel al voor de verschijningsdatum bereikt, want een aantal mensen dat mijn manuscript heeft gelezen, heeft gezegd dat het ze aan het denken heeft gezet. Dat is mooi. Als R=1 wordt die groep mensen steeds groter en dat is nodig om een catastrofe af te wenden.”

Nou, dát doel is dan al bereikt, want ik behoor tot die groep mensen die het manuscript al heeft gelezen en ja, het heeft mij zeker aan het denken gezet. Ik vraag Willem vervolgens wat hem heeft doen besluiten om dit boek te schrijven en daar zelfs een ander manuscript voor aan de kant te schuiven?

Willem: “De toespraak van Mark Rutte op 16 maart 2020. Daarin zei hij dat we te maken hadden met de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Ik viel zowat van m’n stoel. Ik dacht, je bent historicus, dan weet je ook dat we na 1945 eerst de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog hebben gehad, die wij op school nogal eufemistisch als de politionele acties leerden. Toen kregen we de Koreaanse oorlog, de oorlog in Vietnam en tussendoor in 1962 nog de Cubaanse raketcrisis, waarbij de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bijna in een nucleaire derde wereldoorlog verzeild raakten.
Wist Rutte iets wat wij niet wisten? Achteraf denk ik dat hij zich met deze opmerking versproken heeft. Hij was en is op de hoogte van het plan achter de pandemie en wist dat het zou uitmonden in de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Vervolgens zei hij dat alle maatregelen, zoals de intelligente lockdown waarvoor hij met deze toespraak de weg aan het plaveien was, noodzakelijk was om de zwakken en ouderen in de samenleving te beschermen. Ik dacht: Wat? Je hebt negen jaar, drie kabinetten lang, bezuinigd op alles wat zwak is in de samenleving, oud en jong, en nu moeten we dit ineens voor de zwakken doen? Ik ben het internet opgegaan en ik kwam meteen al totaal andere geluiden tegen, van onafhankelijke wetenschappers als dr. Wolfgang Wodarg, professor Sucharit Bhakdi, professor John Ioannidis en diverse anderen. Wat zij zeiden was: ‘Kalm aan, corona maakt al heel lang deel uit van de seizoensgriep en manifesteert zich meestal in het staartje. Laten we eerst goed de cijfers bekijken en vergelijken met voorgaande jaren voordat we draconische maatregelen nemen.’ En: ‘we moeten heel erg uitkijken dat de maatregelen die nu genomen zijn en worden niet veel ernstiger uitpakken dan de kwaal.’ Het was duidelijk dat zich een enorm conflict aan het ontwikkelen was tussen de coupplegers en hun nietsvermoedende aanhang aan de ene kant en onafhankelijke wetenschappers en wakkere burgers aan de andere kant. Ik had een andere derde roman bijna af. Die speelt in 1973, maar ik had geen zin nog 3, 4 maanden, de tijd die ik nodig zou hebben om het boek te perfectioneren, in dat jaar te bivakkeren. Ik heb het op de plank gezet en ben gaan nadenken over een roman in het nu.”

Gezien de heftige openbare discussie die er gevoerd wordt door voor- en tegenstanders is het aannemelijk dat ook Oogst van de angst heftige reacties zal opwekken. Ik vraag Willem of hij die eventuele discussies aangaat of dat hij de meningen van zijn lezers laat voor wat ze zijn? Willem is daar helder in:

“De discussie aangaan met een lezer, lezers, betekent uitleg geven over een roman. Ik vind niet dat een schrijver dat moet doen, althans niet als het boek vers is. Misschien vijf of tien jaar later. In het geval van non-fictie ligt dat anders, maar bij fictie zit alles per definitie in het boek en zal de lezer het daarmee moeten doen. Dat wil niet zeggen dat ik in een interview de discussie uit de weg ga, maar ik zie me nog niet in een praatprogramma zitten met allerlei door de industrie gecorrumpeerde zakkenvullers en tendentieuze vragenstellers. Tot voor kort werden critici van het beleid niet eens uitgenodigd in programma’s als Op1, en nu dat wel het geval is, zoals bij Wybren van Haga onlangs, worden er allerlei insinuerende vragen gesteld en krijgt hij eigenlijk niet de kans om meer dan enkele woorden te zeggen voordat hij wordt geïnterrumpeerd met de volgende tendentieuze vraag. Dat gezegd hebbende, als mijn aanwezigheid in zo’n programma ertoe leidt dat duizenden mensen meer mijn boek lezen en van mening veranderen, dan is dat het waard om een paar minuten onheus bejegend te worden. Ik heb enorme bewondering voor de kalmte en deskundigheid waarmee Wybren de beledigende onzin pareert die op hem afgevuurd wordt.”

In Oogst van de angst is broer Nidas de meest progressieve broer en vertegenwoordigt Alex feitelijk het gros van de mensen. Hij heeft zich royaal verdiept in de hele materie en alle argumenten die je Nidas laat aandragen teneinde zijn broer Alex te overtuigen dat er veel meer aan de hand is dan hetgeen de overheid en pers ons wil doen geloven, is gebaseerd op gepubliceerde artikelen en onderzoeken. Daar moet enorm veel research aan vooraf zijn gegaan.
Hoelang ben je met de voorbereidingen van Oogst van de angst bezig geweest?

“Op 17 maart 2020 heb ik dus besloten het boek waaraan ik op dat moment werkte, in de ijskast te zetten en met een actuele roman te beginnen. Ik heb me vier maanden lang helemaal suf gelezen, zowel op internet als in boeken, en ben toen gaan schrijven. Tijdens het schrijven ben ik natuurlijk blijven lezen en onderzoeken. Die onderzoeksfase ging niet alleen over feiten en gebeurtenissen, maar ook over de vorm van mijn boek, en de titel, natuurlijk. Eind januari 2021 was ik klaar, op het redactiewerk na. Dat wil zeggen, het invoeren van opmerkingen van de redacteur en meelezers.”

Je woont met jouw echtgenote Marguerite in Duitsland. Waarom ben je uit Nederland vertrokken en waarom Duitsland?

“We woonden in Utrecht, heel fijn. Utrecht is een fijne stad. Ik ben een geboren Utrechter, Marguerite een geboren Rotterdamse. Maar we waren klaar met de drukte. We wilden rust. Het buitenleven. Uitzicht. Maar we werkten beiden nog wel, anders was het misschien wel Drenthe geworden. De plek waar we nu wonen in Duitsland is perfect: een mooi, aantrekkelijk geprijsd huis met 1500 vierkante meter grond, op 20 minuten rijden van een Nederlands treinstation. We hebben er nooit spijt van gehad en nu, met al die vrijheidsbeperkende maatregelen, prijzen we ons helemaal gelukkig dat we niet meer in de stad wonen.”

Je hebt jouw professionele roots in de muziekwereld (Willem werkte jarenlang als multi-instrumentalist bij Seth Gaaikema, Tineke Schouten en Henk Elsink), wat heeft de overstap naar tekst en taal bewerkstelligd?

“Rond 1990, Toen Henk (Elsink-redactie) stopte met optreden, ben ik zelfstandig geworden. Ik had een eigen studiootje en maakte allerlei muziekproducties, maar ook luisterstrips. Allengs ben ik ook gaan vertalen en rond 1995 heb ik enkele non-fictieboeken voor kinderen geschreven, waaronder Het politieboek. Ik heb toen ook een fictiekinderboek geschreven maar dat is nooit gepubliceerd. Al toen ik een jaar of 25 was, had ik de ambitie om schrijver te worden, maar mijn muzikale ambities hebben heel lang de overhand gehad. Na het jaar 2000 waren er allerlei persoonlijk omstandigheden waardoor ik de knoop om een roman te gaan schrijven pas later heb doorgehakt, op 1 februari 2013 om precies te zijn. De dag na mijn 60e verjaardag. Mijn schoonzus was op de thee, nog voor mijn verjaardag, toen haar vriend me vroeg of ik nog met iets speciaals bezig was. Ik hoorde ik mezelf zeggen: ‘ik ga een roman schrijven.’ Marguerite keek me verbaasd aan. Ik denk dat ik op dat moment gedacht heb: Nu is de tijd rijp en als ik mijn intentie uitspreek, dan schept dat de verplichting om die roman ook daadwerkelijk te schrijven.”

Waar en wanneer schrijf je het liefst en in welke setting krijg je de meeste/beste ideeën?

blank“Ik schrijf bijna altijd in mijn werkkamertje, met uitzicht op de landerijen. Meestal ’s middags, tussen 14.00 en 17.30 uur. Elke dag, zeven dagen per week, tenzij ik een keer een sociale verplichting heb maar die zijn er gelukkig niet zoveel. Soms pak ik aan het eind van de ochtend ook nog een uurtje, of twee uurtjes, maar ik houd altijd de stelregel van Ernest Hemingway aan: ‘schrijf je nooit helemaal leeg, maar zorg dat je altijd de volgende zin nog weet.’ Vooral dat eerste is belangrijk. Vaak lig ik ’s avonds in bed ook nog te broeden. Toen ik mijn telefoon nog mee naar bed nam, sprak ik eventuele ideetjes in en stuurde die via de mail aan mezelf. Vanwege de straling zet ik de smartphone nu uit en laat hem beneden liggen, dus ik probeer me die ideetjes in te prenten en hoop dan dat ik ze de volgende ochtend nog weet. Helaas is dat niet altijd het geval, vooral natuurlijk wanneer ze zijn ontstaan in het schemergebied tussen waken en slapen. De vraag is natuurlijk of die invallen, net als dromen, geen waanideetjes zijn die heel wat lijken maar als je ze opschrijft de volgende dag totaal onbegrijpelijk blijken te zijn.”

Is er een volgend boek in wording?

“Ik heb even met het idee gespeeld om een thriller te schrijven, getiteld De moord op het midden- en kleinbedrijf, maar de daders van die misdaad zijn zo overduidelijk bekend dat er van enige spanning natuurlijk geen sprake zou zijn. Nee, serieus. Het boek dat ik in de ijskast heb gezet, ligt in mijn hoofd alweer te chambreren: Vincenzo da Vinci. Als het niet hevig tegenzit, zou ik het boek aan het eind van het jaar kunnen publiceren, maar je weet maar nooit wie zich nu weer op de televisie laat zien met en leugen. Vincenzo da Vinci had eigenlijk in september 2020 zullen verschijnen en ik had voor afgelopen maart een novelle over wijlen mijn vader in gedachten. Genre: Faction, getiteld Toen de kraaien nog geen reet hadden. 19 maart jongstleden was het namelijk 50 jaar geleden dat mijn vader– veel te jong – overleed. Daarnaast werk ik, tussen de bedrijven door, nog aan een verhalenbundel etiteld Vergrijp en vergelding en droom ik al sinds de jaren 90 over een roman waarin Johannes Gensfleisch, beter bekend als Johannes Gutenberg, de uitvinder van de boekdrukkunst, de hoofdrol speelt. Dat verhaal zou zich dus in het midden van de 15e eeuw afspelen. Ik zal dus nog een flink aantal jaren moeten blijven leven, maar als het zwarte scenario dat op dit moment over ons uitgerold wordt daadwerkelijk uitgespeeld gaat worden, vrees ik dat dat lastig gaat worden.”

Ik ben door mijn vragen heen.
Vragen die Willem open heeft beantwoord en daar dank ik hem heel hartelijk voor!

Dit interview werd gevoerd door Hanneke Tinor-Centi

Oogst van de angst is via alle reguliere kanalen te bestellen.
De 333 pagina’s tellende paperback is uitgegeven bij Uitgeverij DeWielen2
ISBN-nummer: 9789082765342


Eerdere boeken van Willem F. Erné zijn:
De arrogantie van het doorgeefluik (2017)
Van de liefde en de zee (2019).

 

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.