Nieuw verdienmodel van de farma-industrie: prostaatkanker

Laat je testen op prostaatkanker, krijgen mannen vaak te horen, ‘want je kunt er maar beter op tijd bij zijn’. Maar zo’n test is niet erg betrouwbaar. En áls er kanker wordt gevonden, is de behandeling vaak schadelijker dan de kwaal. Er is maar één winnaar: de medicijnfabrikant.

Een artikel van Ruben Mersch
Correspondent Big Pharma, bij De Correspondent

 

Vrijwilligers van Think Blue gaan in gesprek met voorbijgangers bij de door Janssen Pharmaceutica gesponsorde reuzenprostaat. Foto: Think Blue

De afgelopen weken toerde er een reuzenprostaat door Vlaanderen. Vrijwilligers van de patiëntenorganisatie Think Blue vergezelden het springkasteel in de vorm van die mannelijke klier. Hun doel: de voorbijgangers ervan overtuigen dat het een goed idee is om je te laten testen op prostaatkanker.

Dat klinkt nobel. In Nederland sterven er jaarlijks ongeveer drieduizend mannen aan deze kanker. In Vlaanderen zijn dat er ongeveer negenhonderd. Het is daarmee de vierde grootste killer onder de kankers, na longkanker, borstkanker, en darmkanker. Vroeg opsporen lijkt nuttig: hoe vroeger je erbij bent, hoe groter de kans dat je deze ziekte kunt behandelen.

Toch?

Nee. Bij prostaatkanker is vroeger niet altijd beter. Meer testen op deze kanker kan zelfs meer ellende veroorzaken dan het voorkomt. Hoe kan dat?

Wie zoekt, die vindt

De test die de vrijwilligers van Think Blue promoten is de PSA-test. Die meet het niveau van het prostaatspecifiek antigen (PSA) in je bloed. Is dat verhoogd, dan is er een kans dat jij prostaatkanker hebt. Na een positieve PSA-test volgt meestal een biopsie, waarbij flintertjes weefsel uit je prostaat worden onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als in een van die staaltjes afwijkende cellen worden aangetroffen, krijg je de gevreesde diagnose.

Dan volgt meestal een behandeling: bestraling, kankermedicatie, chirurgie of een combinatie. Geen van deze behandelingen is risicoloos: meer dan de helft van de patiënten wordt er impotent van. Ook hebben veel mensen last van ongewild urineverlies en darmklachten. Niet leuk dus. Maar misschien wegen deze nadelen op tegen de voordelen? Als je de keuze hebt tussen impotentie of een gewisse dood lijkt kiezen niet moeilijk.

Nu ja, dat hangt ervan af. Want hoe betrouwbaar is zo’n prostaatkankerdiagnose eigenlijk?

In 2004 werden meer dan 10.000 vrijwilligers onderworpen aan een PSA-test. Vervolgens werd bij iedereen, ongeacht de uitkomst, een biopsie uitgevoerd. De resultaten waren verrassend: ook bij mensen met een lage PSA-waarde werd prostaatkanker aangetroffen. Hoe hoger het PSA-niveau, hoe hoger de kans op kanker, dat wel, maar zelfs van de personen met een laag PSA-niveau bleek ongeveer 10 procent alsnog aan prostaatkanker te lijden. Bovendien bleken mensen met een hoge PSA-waarde lang niet allemaal kanker te hebben. De voorspellende waarde van deze test is dus niet zo groot.

Maar ook de biopsie die op een positieve PSA-test volgt, geeft niet altijd uitsluitsel. Bij zo’n biopsie worden er meestal zes staaltjes van je prostaat genomen die dan verder onderzocht worden. Waarom zes? Niemand die het weet. Het hadden er ook vier kunnen zijn, of vierentwintig. En dus besloten enkele onderzoekers na te gaan wat er gebeurde als je geen zes maar een stuk of veertig staaltjes neemt. Hun proefpersonen waren 73 mannen die al drie keer met een standaardbiopsie (dus met zes staaltjes) getest waren op prostaatkanker en bij wie nooit afwijkende cellen werden vastgesteld. Maar toen de onderzoekers harder gingen zoeken, door meer staaltjes te nemen, ontdekten ze dat 14 procent van die mannen tóch prostaatkanker had.

Wie zoekt, die vindt. De vraag is dus hoe hard je moet zoeken. Wie moet je testen op prostaatkanker? Vanaf welke PSA-waarde kun je het best een biopsie uitvoeren? Hoeveel staaltjes moet je tijdens die biopsie nemen? Als je iedereen, ook mensen met een lage PSA-waarde, aan een intensieve biopsie onderwerpt, zul je ongetwijfeld heel veel kankerdiagnoses kunnen stellen. Maar het doel van testen op kanker is niet zo veel mogelijk kankers opsporen, maar levens redden. En dat is niet altijd hetzelfde: bij prostaatkanker is ‘meer’ niet per definitie ‘beter’.

Prostaatkanker is vaak onschuldig

Er is ongeveer 40 procent kans dat ik prostaatkanker heb. Dat weet ik dankzij een onderzoek waarbij wetenschappers… Lees verder bij De Correspondent

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.